Zolang het duurt - een dialoog voor twee heren


door Loek Meijer

A: Al dat reclamemateriaal dat bij je naar binnen wordt gebracht! Als ik iets verspilling vind, dan is het dat wel. Heb jij daar ook zo'n hekel aan?
B: Ik zie dat anders. We leven in een land waar veel te kiezen valt, ook op het materiŽle vlak. Stel je voor dat je alle winkels moest langslopen om te kijken waar ze verkopen wat je zoekt. Daar zou je een dagtaak aan hebben.

A: Wat je zoekt, zeg je. Heel veel dingen zoek ik niet, omdat ik ze niet nodig heb. Toch word ik overladen met informatie over die producten.
B: Dat kan je toch op een idee brengen?

A: Jaja, dat zeg je goed. Ineens blijk je sterke behoefte te hebben aan iets dat je een uur eerder niet eens kende. Actie geslaagd dus.
B: Daar ben je toch zelf bij? Je hoeft het toch niet te kopen?

A: Papierverspilling dus. Daar begon ik mee.
B: Maar het kan toch zijn dat je iets tegenkomt waar je wel al behoefte aan had? Wat wil je nog meer: de informatie erover wordt zomaar bij je op de deurmat gedeponeerd.

A: Bij kilo's tegelijk! Zit je rustig een roman te lezen en boem!, daar wordt weer zo'n vracht afgeworpen!
B: Ach joh, overdrijf je niet schromelijk?

A: Ik denk van niet. Ben jij soms zo'n type die dan meteen blij opspringt om te zien wat de Sint nu weer voor leuks komt brengen?
B: Dan doe je toch zo'n sticker op je voordeur; makkelijk zat.

A: Kijk eens goed naar mijn deur, als je de volgende keer aanbelt. Dan zul je zien dat die is volgeplakt met die stickers. De bezorgers trekken zich daar echter niets van aan. Zij willen zo gauw mogelijk hun vrachtje kwijt zijn. Je mag trouwens blij zijn als ze niet een pakket bij je in de tuin achterlaten. Dat schiet namelijk ook lekker op.
B: Maar als je nou eens wel naar iets op zoek bent? Dan is het toch wel erg handig dat je de informatie thuisbezorgd krijgt; dat kun je toch niet ontkennen?

A: Dat is waar, toegegeven, maar weegt dat voordeel op tegen de kosten van alle overbodige informatie?
B: Voor jou overbodig, wellicht, maar anderen kunnen er weer wel baat bij hebben. Voor de adverterende bedrijven moet het toch profijtelijk zijn, anders zouden ze er toch niet zoveel geld in stoppen?

A: Dat klinkt logisch, maar het zou ook zo kunnen zijn dat men maar meedoet omdat anderen het ook doen en dat de kosten van reclame als gegeven worden beschouwd die je gewoon doorberekent in de prijs. Wat mij betreft schrapten ze allemaal het reclamebudget uit de begroting en verlaagden ze de prijzen navenant. Volgens mij is dat veel beter voor de consument dan het thuisbezorgd krijgen van alles wat te koop is.
B: Daar zou je weleens gelijk in kunnen hebben, maar zolang er geen verbod op reclame maken bestaat, zullen er bedrijven zijn die zich in zo'n reclameloze situatie willen gaan onderscheiden van de andere door juist weer reclame te gaan maken. En dan zal het niet lang meer duren of we zijn terug bij af.

A: Waarom geloven bedrijven er eigenlijk niet in dat de kwaliteit van een product de beste reclame is? Mond-tot-mondreclame is toch veel goedkoper en effectiever?
B: Misschien denken ze dat ze met papier meer mensen bereiken.

A: Het is allemaal ook zo vreselijk opdringerig! Papier kun je nog ongelezen laten, maar hoe ontloop je die stomme reclame op radio en tv? Ben je daar net zo positief over als over die folders op je deurmat?
B: Nou, daar zeg je wat. Ook daar geldt voor dat je de informatie lekker thuisbezorgd krijgt, maar ik zou liegen als ik zei dat die informatie steeds welkom is op het moment dat ze binnenkomt.

A: Zit je naar een film te kijken, komt er ineens een schreeuwlelijk roepen dat mijn verzekeringspakket niet deugt. Dat werkt toch averechts? Tienduizenden euro's geven ze daarvoor uit en ze verliezen er alleen maar klanten mee.
B: Ja, het was wel een mooie tijd, toen de publieke omroep het nog zonder STER-reclame deed. Dat scheelde behalve in ergernis ook behoorlijk in de hoeveelheid tijd die voor programma's beschikbaar was.

A: Mijn idee! En ben jij een ander koopgedrag gaan vertonen door de ethervervuiling?
B: Ik zou het niet kunnen zeggen. Hebben we het niet over de verborgen verleiders?

A: Ach, ga toch weg! Dat is een achterhaald begrip. Opdringerigheid en verborgen verleiding zijn begrippen die niet samengaan. We leven in een tijd van expliciteit. De verborgen verleiders riepen ongemerkt een verlangen op; de schreeuwers van nu zijn er op uit je een schuldgevoel aan te smeren. Want je zou toch niet goed bij je hoofd zijn als je hun boodschap niet serieus nam?
B: Je begint nu weer wat door te draven.

A: Ach, laat iedereen maar vertellen wat hij kwijt wil, maar waarom moet het allemaal zo overdreven. Elke week dezelfde berg folders; wekenlang meermalen per dag dezelfde oortergende kreten en oogpijnigende beelden en wat het laatste betreft, altijd op het verkeerde moment. Het enige positieve dat er over te zeggen valt is dat het goed voor de werkgelegenheid in de reclamebranche is. Maar je gaat toch ook geen wapens maken, omdat de wapenindustrie daarmee gediend zou zijn?
B: Zal ik je nog eens inschenken?

A: Doe maar.
B: Waarom heb je eigenlijk dit merk genomen?

A: Nou, in ieder geval niet omdat ik het reclamespotje zo leuk vind. De kwaliteit/prijsverhouding is goed. Dat is toch de beste maatstaf?
B: Zolang het duurt.

A: Wat bedoel je?
B: Wat doe je als die leuke fles wordt vervangen door eentje van 13 in een dozijn?

A: Jou niet meer bij jezelf laten inschenken, vrees ik.
B: Misschien is er wel te veel te kiezen en moet er daarom zoveel reclame worden gemaakt. Zolang het duurt. Er is dus nog hoop voor je.

Nijkerk, 14 augustus 2006
(Deze dialoog is ook gepubliceerd in Pointe, aflevering oktober van 2006.)


***
terug naar de beginpagina van teksten van Loek Meijer
terug naar de beginpagina van de website