Interview met Willemeine Bol

"Ik heb op een andere manier leren kijken."
Door Loek Meijer (Pengaarde.nl)

Willemeine Bol (1952) is kort na haar geboorte blind geworden. Zij ervaart een rivier van onbegrip tussen haar wereld en de wereld van mensen die met hun ogen kunnen kijken. In haar boek Ontmoeting wil zij de mensen uit de ziende wereld laten zien dat zij op een andere manier heeft leren kijken. Hiermee hoopt zij de rivier van onbegrip te kunnen overbruggen.

In een interview met Vincent Bijlo hoorde Willemeine hem vertellen dat blindheid voor hem geen handicap is; blindheid is voor hem geen gebrek aan een bepaalde capaciteit, maar een bij hem passende eigenschap, lichtte hij toe. Deze zienswijze herkende Willemeine ten volle.

Ontmoeting bevat een groot aantal korte verhalen waarin de auteur situaties en ervaringen in haar leven beschrijft. Een rijk leven, want noch het spontane kind, noch de wat ingetoomde vrouw ontbrak het aan moedige, soms overmoedige nieuwsgierigheid. Behalve verhalen staan er ook gedichten en korte beschouwingen in het boek.

Na lezing van het boek heb ik een afspraak met de auteur gemaakt om over een paar dingen te kunnen doorpraten.

Vraag: In je boek noem je Vincent Bijlo. In zijn romans en cabaret wordt heel wat verteld waarvan zienden zouden kunnen leren. Naast hem zijn er ook andere blinde auteurs die over hun ervaringen schrijven. Kon je daar nog iets aan toevoegen?
Willemeine: De informatieve doelstelling is er natuurlijk; ik noem die zelf in de inleiding. Daarbij komt uiteraard ook de behoefte om erover te vertellen. Ongewild ben je jezelf toch geregeld bewust van het feit dat je niet kunt zien, terwijl de meerderheid van de mensen om je heen dat wel kan. Als mensen met mij in contact komen, worden zij zich ook van dat verschil bewust. Dat roept vragen bij hen op. Als zij die aan mij stellen, geef ik daar mijn persoonlijk antwoord op. Dat antwoord zal niet steeds hetzelfde zijn als wat andere blinden vertellen. Mijn boek kan daarom een nuttige aanvulling zijn.

Vraag: De ondertitel van je boek is: "Verhalen over leren kijken". Wil je zienden leren kijken of wil je vertellen over hoe jezelf hebt leren kijken?
Willemeine: Het gaat vooral over mijn eigen leerproces. In mijn puberteit kwam ik tot het besef dat er twee werelden waren: de wereld van de mensen die met hun ogen kunnen kijken en de wereld van de mensen die dat niet kunnen. Ik moest mijn weg in die wereld van zienden proberen te vinden en toch mijzelf zien te blijven. Daarvoor was het nodig dat ik mijn resterende zintuigen goed gebruikte en dat ik het vermogen om emotioneel waar te nemen ontwikkelde. Ik moest als het ware mijn buik ogen geven.

Vraag: Hoe komt het dat je jezelf pas in je puberteit bewust werd van die twee werelden?
Willemeine: Van mijn vijfde tot mijn achttiende heb ik op een blindeninstituut voor meisjes gezeten. Op dat internaat was blind of slechtziend zijn gewoon. In die kleine wereld kwam je feitelijk geen belemmeringen tegen. In de fysieke waarneming speelde zien nauwelijks een rol. Je gebruikte je oren, je neus en je handen als je iets wilde weten. Niemand vormde daar een uitzondering op. Bovendien is de kinderwereld per definitie natuurlijk een kleine wereld. Tijdens de vakanties in het ouderlijk huis voelde ik me weliswaar meer blind dan op het internaat, maar dan genoot ik nog de veiligheid van het gezin. Pas toen ik buiten het internaat onderwijs ging volgen, werd het menens.

Vraag: Het valt me op dat de jonge Willemeine een spontaan, soms zelfs roekeloos kind is. De volwassen Willemeine is weliswaar ook erg ondernemend, maar is de spontane´teit kwijt. Zij is erg bezig met hoe anderen haar zien. Heb je daar een verklaring voor?
Willemeine: Dat heeft denk ik te maken met waarover wij het zojuist hadden. Op het internaat was ik wat mijn blindheid betreft net als de anderen. Met zien of niet zien hoefde ik me niet bezig te houden. Ik mag zeggen dat ik een hennetje de voorste was dat gemakkelijk vriendinnen maakte. Mijn voorstellen kregen bij mijn groepsgenoten ook vaak bijval. Dit kwam de groepsleidsters niet altijd goed uit. De reactie die ik bij hen opriep heeft zeker een aanslag op mijn spontane´teit gepleegd. Daardoor ben ik me meer bewust geworden van wat mijn gedrag bij anderen teweeg bracht. In contact met de buitenwereld begon ik me te realiseren dat ik als blind meisje - met de nadruk op blind - werd gezien. Het is niet voor niets dat ik weigerde met een witte stok de straat op te gaan. Toen ik het internaat verliet, werd dat besef alleen maar groter. Toen werd blindheid voor mij een onderwerp van betekenis. Tegen deze achtergrond moet de volgende passage uit de flaptekst van het boek worden gelezen: "En altijd die ogen - Ogen die kijken. - Kijken naar jou".

Vraag: Door de publicatie van dit boek, waarin je jezelf niet zelden in je kwetsbaarheid presenteert, vestig je - mogen we hopen - nogal de aandacht op jezelf. Is dat niet in tegenspraak met het gevoel dat onder die geciteerde passage ligt?
Willemeine: Ik ben zo met het vertellen van mijn verhaal en daarna met de technische productie bezig geweest, dat ik me pas met het eerste exemplaar van het boek in mijn hand afvroeg wat het voor gevolg kan hebben dat mijn kwetsbare kant op straat ligt. Ik schrok er even van. Mijn andere kant schoot me echter te hulp. Dat is de kant van mijn zelfrespect. Ik denk dat ik met mijn mogelijkheden veel heb gedaan; dat ik veel heb beleefd en bereikt. Ik mag daar trots op zijn. Ik wil dat graag aan anderen laten zien. Als ik me zielig had gevoeld door mijn blindheid, had mijn leven er heel anders uit gezien. Mijn kwetsbaarheid zie ik trouwens niet als een pendant van mijn blindheid. De blindheid kan me onzeker maken, omdat ik wil dat men langs die blindheid heen naar mij kijkt, maar waarin ik kwetsbaar ben dat is in mijn emotionele relaties. Of ik nu blind ben of niet, het is zaak dat ik ondanks die kwetsbaarheid persoonlijke onafhankelijkheid weet te bewaren. Dat is een opgave. Ik denk echter dat ik hierin aardig ben geslaagd.

Vraag: Ondanks je blindheid heb je na een administratieve opleiding een opleiding tot verpleegkundige gevolgd en afgerond. Je hebt ook een jaar of vijf als verpleegkundige gewerkt. We lezen erover in je boek. Wilde je de wereld laten zien dat dit kon?
Willemeine: Ik denk dat geldingsdrang mij niet vreemd is, maar op deze manier werkt ze bij mij niet. In de verpleging gaan was mijn kinderdroom en daar ben ik trouw aan gebleven. Dat zou niet zijn gelukt als ik zomaar bij een opleiding had aangeklopt. Ik heb die droom kunnen realiseren doordat ik toevallig goede contacten had met iemand die de mogelijkheid en de bereidheid had mij een kans te geven. Bij mijn collega's heb ik trouwens nooit verbazing hierover bespeurd.

Vraag: Hoe komt het dat het niet bij de verpleging is gebleven?
Willemeine: Het werken als verpleegkundige beviel me goed en degenen voor wie ik werkte - zowel patiŰnten als leidinggevenden - waren ook tevreden. Het was echter wel heel zwaar voor me. Hierdoor moest ik na vijf jaar toch voor dit beroep worden afgekeurd.

Vraag: Wat ben je toen gaan doen?
Willemeine: Het was de tijd van het feminisme. Daarbij voelde ik me thuis. Na een tijdje kon ik zelfhulpgroepen leiden. Eén van de verhalen gaat daarover. Hieraan kwam een eind door mijn besluit mijn partner naar Mozambique te volgen. Hij ging daar aan het werk voor een Nederlandse hulporganisatie.

Vraag: Ik stel me voor dat je, verwend door allerlei voorzieningen hier, je in Afrika behoorlijk ge´soleerd voelde. Deed dat niet een enorme aanslag op je zelfstandigheidsstreven?
Willemeine: Ik was een grote bijzonderheid in Mozambique. Men had geen ervaring met blinde mensen. De Mozambikanen zijn echter heel ge´nteresseerd, waardoor ik wel contact kon leggen. Ik had er echter niet zo'n bewegingsvrijheid als hier en er waren nauwelijks mogelijkheden voor werk. Ik heb uiteindelijk wel wat vrijwilligerswerk op administratief gebied kunnen doen. Van verveling heb ik echter geen last gehad. Ik heb er leren dansen en feesten; dat is heel goed voor mijn zelfvertrouwen geweest. In Rwanda, waar ik vijf jaar heb gewoond, was het anders. Daar heb ik als telefonist gewerkt in het bedrijf waar mijn partner directeur was. Frans was daarbij de voertaal. Dat was aanvankelijk beven en zweten. Door de oorlogssituatie moest ik helaas naar Nederland terugkeren, wat werd versneld doordat mijn partner de relatie beŰindigde.

Vraag: Heb je in Afrika nog contact met andere blinden gehad?
Willemeine: Ik ben een keer met mijn partner mee geweest naar een blindenschool. Ik moet bekennen dat ik daar niet goed raad mee wist. Evenals bij andere projecten die vanuit het buitenland worden gesteund, overviel mij een grote machteloosheid. Natuurlijk, het is nodig dat zulke projecten een kans krijgen, maar het vergt wel erg veel idealisme om te geloven dat er op den duur resultaat wordt geboekt. Ikzelf ben meer het type voor ondersteuning die 1 op 1 kan worden gegeven.

Vraag: Is schrijven altijd een hobby of behoefte van je geweest?
Willemeine: Toen ik in Mozambique was heb ik het idee gekregen om dit boek te gaan schrijven. Daarvoor had ik wel eens een gedicht gemaakt, maar ik kan niet zeggen dat schrijven bij mij hoorde. Het werk aan dit boek is me echter heel goed bevallen. Ik denk dat ik wel met schrijven doorga.

Vraag: Je verhalen zijn nu eens in de jijvorm, dan weer in de ik- of zijvorm geschreven. Ligt daar een bewuste keuze aan ten grondslag?
Willemeine: Nee, daar heb ik nooit bij stilgestaan. Ik denk dat het te maken heeft met de afstand die ik tot de beschreven situatie of ervaring voelde. De jijvorm is voor mij denk ik nog het persoonlijkst, het meest nabij.

Laatste vraag: Het verbaasde mij dat je jezelf zo moeilijk aan een geleidehond kon overgeven. Je wekt nou niet direct de indruk dat je bang bent uitgevallen. Kun je dat verklaren of heb ik het mis?
Willemeine: Nee, je hebt dat goed gelezen. Ik kan me inderdaad tamelijk gemakkelijk in avonturen storten. Daarover laat het boek geen misverstand bestaan. Dat is echter nooit onvoorwaardelijk. Ik wil het niet zover laten komen dat ik niets meer te vertellen heb. Uiteindelijk - soms vroeg, soms laat - ben ik het zelf die de keuze maakt. Dat werkt dus door in het lopen met de geleidehond.

Aanbeveling: Gun uzelf de ontmoeting met Willemeine Bol!


Ontmoeting,
Verhalen over leren kijken,
Geschreven door Willemeine Bol,
Uitgegeven door Bureau Kirja/Bergboek,
Postbus 49, 1723 ZG Noord-Scharwoude.
www.bergboek.nl.
ISBN: 90 77764 20 8.
Formaat: A5, gebonden.
Omvang: 116 bladz.
Prijs: 18,95 euro.

- - -
(Gepubliceerd in Pointe, aflevering februari 2006.)

***
terug naar de beginpagina van teksten van Loek Meijer
terug naar de beginpagina van de website