Fantasie in Hope (Edale)


door Loek Meijer

Het was toch weer elf uur geworden eer ze zover waren dat de boel zodanig aan kant was dat het huisje met een gerust hart een paar uur alleen kon worden gelaten. Wat het weer betrof was het late vertrek trouwens niet onverstandig, want eerder op de dag had er nog een druppelige mist over de velden gehangen, zoals vrijwel steeds die week. Het gras was nog drijfnat, maar ze wisten dat in de loop van de dag hun sokken en schoenen tot een draaglijke graad van vochtigheid zouden opdrogen. Toch zouden ze zich - zo hadden ze al besloten - de volgende keer dat ze naar Engeland gingen met hogere schoenen uitrusten. Maar het lopen alleen al deed hem goed, want ook in natte schoenen kun je je warm lopen. Warmte was schaars. Dat lag niet aan de vrouw die hem vergezelde, maar aan het feit dat hij de eerste de beste avond al kou op zijn beenspieren had opgelopen. Een flinke kou, die het zitten op een niet voorverwarmde stoel pijnlijk deed zijn en die verhinderde dat het liggen in bed tot werkelijke ontspanning leidde. Een goede reden om vroeg uit de kapok te komen, ware het niet dat hij wist dat het even zou duren voordat het beneden een beetje warm was geworden. Hadden ze de open haard de vorige dag al aangekregen, dan was hij 's morgens in ieder geval uit. Het was dan de elektrische kachel die de kou en de klamheid moest verdrijven. Om een uur of acht had hij voldoende moed verzameld om door de kou naar beneden te lopen om de kachel aan te zetten. Terwijl deze de aan de keuken grenzende eetkamer verwarmde, lagen zij zich in bed voor te bereiden op de dag, voor een deel als toeristen, door allerlei bestemmingen van wandelingen te overwegen; voor een ander deel als geliefden, die zich nog een uurtje aan elkaars naaktheid tegoeddoen, onzeker of ze die dag tijdens de wandeling nog gelegenheid voor intimiteit zouden krijgen. Opladen, noemden ze dat, wat buiten vakantietijd overigens meer betekenis had dan nu.

Ze klommen van veld naar veld over hekwerk dat nu eens met gemak kon worden gepasseerd, dan weer met enige acrobatiek moest worden overwonnen. De paden daartussen waren doorgaans niet meer dan repen platgetrapt gras. De schapen bleven steeds op grote afstand. Hun schor geblaat vond hij ronduit lelijk, maar hij was er blij mee dat ze hem daarmee informeerde over de weidsheid van het landschap. In de lucht vervulden de pluvieren voor hem dezelfde functie. Ze bestegen van lieverlede een flinke heuvel. Ze hadden hier een paar dagen geleden ook al gelopen. Nu zouden ze verdergaan; voorbij het punt waar ze toen wegens de naderende avond moesten omkeren. Het was de moeite waard om deze route te herhalen, want tot zijn grote verrassing had hij boven de hogergelegen velden leeuweriken horen jubelen. Nu zouden ze ook nog het bos kunnen bereiken, dat er volgens haar groot en donker uitzag. Ze moesten na vier of vijf velden een eind over de weg, een laan die ze nu rechtsaf opgingen, maar die ze naar links moesten volgen om het dorp te bereiken waar ze hun boodschappen deden. Ashton Lane was een naam om te onthouden. Er waren plaatsen waar aan weerszijden een steile wand oprees. Tijdens hun eerste wandeling over deze weg was hun de plek al opgevallen waar een dun straaltje water uit de wand lekte, ritselend door de begroeiing heen. Daar negen de wanden naar elkaar toe, waardoor het geluid - geritsel en gesijpel - ten volle tot zijn recht kon komen. Altijd schaduw daar; en kilte. Maar honderd meter verderop kon je bij onbewolkte lucht en op het juiste uur van de dag badend in de zon over de as van de weg lopen en in de verwachting verkeren dat je rust hooguit door een tilbury kon worden verstoord, wat dan natuurlijk geen echte hinder zou opleveren, maar het genoegen van romantiek. Helaas was ook hier de beschaving doorgedrongen en hadden ze zich een paar keer tegen de rotswand moeten drukken, omdat er zo nodig een boer langs moest die per tractor een paar koeien voor zich uitdreef.

Deze keer hadden ze geluk. De boeren - of de koeien - waren nog niet aan verweiden toe en voor het middagpauzeverkeer was het nog net te vroeg. Zo kwam de amazone geheel tot haar recht, toen ze een paar minuten met hen de weg deelde - klak, klok, klok, klak, klak, klok, klok, klak -, totdat ze, even plotseling als ze gekomen was, een onduidelijk pad insloeg. Omdat dit naar een boerderij leek te leiden, volgden ze haar niet. Zijn gedachten bleven nog wel een tijdje bij haar, fantaserend over het buitenleven van de gelukkige minderheid met geld en vrijetijd. Achter je geliefde aan door de bossen draven; haar bij het stapvoets gaan inhalen en naast haar blijvend, de teugels nonchalant in de ene hand, haar met de andere hand in de bovenarm knijpen of in haar dij; haar bij de stal helpen afstijgen door het paard bij het bit vast te houden en het voor haar afzadelen en droogwrijven; genieten van de zich verenigende geuren van paardenzweet, leer en stro en met het paard de opluchting voelen als je het hoort plassen, breeduit en lang; na een flinke klets op de paardennekken het huis in lopen, je geliefde bij de hand pakken en meevoeren naar de slaapkamer om daar de laarzen van haar benen te trekken en de geuren die zich in haar kleren hebben verzameld op te snuiven, terwijl je je gezicht langs haar warmste plekken schurkt; daarna stoeiend haar kleren proberen los te krijgen; jezelf de tijd niet gunnen je kleren uit te trekken en haar daartoe de gelegenheid te ontnemen, omdat je niet kunt wachten met onder haar te kruipen, zodra je haar broek tot aan de knien hebt afgestroopt, nadat je haar trui over haar hoofd hebt getrokken - half, zodat ze moeite heeft met ademen - en haar b.h.-bandjes hebt losgehaakt; je bijt in het kruisje van haar slipje en trekt met je lippen aan de haartjes die naar buiten piepen; de geur van het natte katoen vermengt zich met de geur van haar lust; je wilt de gezwollenheid van haar gulzige lippen voelen; je wilt de rekkracht van haar schacht ondergaan; boven haar billen begin je aan het slipje te trekken, met je duimen til je haar bij de heupbeenderen een beetje omhoog, zodat het katoen de gelegenheid krijgt met de hulp van je hand langs haar bovenbenen omlaag te glijden, tot het op de schenen door een ander kledingsstuk wordt tegengehouden; maar er is ruimte genoeg tussen haar stevige, zachte dijen om je neus en lipppen en tong uiting te laten geven aan je hartstocht; als paardenlippen hapt je mond aan de uitstulping van haar schoot; je tong tipt puntig haar knobbeltje aan en terwijl je je benen om haar bovenlijf slaat en je haar billen omarmt, druk je je neus in die o zo gladde, o zo natte, o zo dampende schachtopening, waar je dadelijk helemaal in zult wegzinken; en je voelt hoe ze aan je kleren rukt en er geen beweging in kan krijgen; en je geeft mee als ze je benen uit de knoop boven haar rug haalt en ze gestrekt onder zich legt, zodat haar borsten waggelend over je onderlijf kunnen strijken, wat je ertoe brengt om haar billen een moment los te laten om je broek omlaag te kunnen doen, want die veerkrachtige warme bollen moeten met je blote huid in aanraking komen en je voelt hoe haar tepels potloodstreepjes zetten op je lijf en je wordt vastgegrepen door een sterke hand en een zachtere begint je lichtjes in je volle buidel te kneden en dan, dan vallen haar haren over je heen en streelt ze je met draaiend hoofd tot gekmakends toe, wat ze voelt, want ze kermt onder je nagels in haar rug, maar ze drukt haar schoot als een grote stolp over je heen en laat je langzaam stikken in de overvloed aan genot.....

Een uur later bevonden zij zich binnen de muren van een rune. Ze konden zich niet voorstellen dat er ooit mensen hadden geleefd. Ze moeten er, net als mensen tegenwoordig in luxe huizen doen, hebben gegeten en gedronken, gepraat en geslapen en gevrijt. Zijn fantasie over de amazone hing nog in zijn lijf, maar de kilte van de tussen de muren opgesloten atmosfeer en de met brokken steen bedekte bodem vormden voor hem geen aantrekkelijke ambiance voor een intiem onderonsje met zijn geliefde. Nog hoger in de heuvels aten ze, gezeten op handdoeken, hun boterhammen onder een wolkendek dat dun genoeg was geworden om enige warmte van de zon door te laten. Dat was al veel meer dan wat de vorige dag aan verkwikking had gebracht. Hij strekte zich uit en trok haar tegen zich aan. Hij schoof zijn hand onder haar trui en trok haar T-shirt uit haar broek. Terwijl hij zijn hand over haar gladde huid naar haar strak in vorm gehouden borsten schoof, bracht hij zijn mond naar haar oor en fluisterde de wens die ze al lang had opgevangen. Ze richtte zich wat op om de omgeving af te speuren. "Ach, hier is toch geen sterveling?"
"Dat zeg jij. Nergens ben je meer alleen, tegenwoordig."
Haar lichaam was zacht onder zijn strelingen; haar passiviteit was geen onverschilligheid. Hoewel zij nooit de vurigheid van de amazone zou bezitten, gaf hij haar al drukkend en knijpend een plaats in het zadel en sprong hij achter haar op de paardenrug. Hij liet aan haar het mennen van het stappend paard over, zodat hij zijn armen om haar middel kon leggen en haar tegen zich aan kon drukken. Haar lange haren kriebelden in zijn gezicht. Een moment later legde hij zijn handen tegen de binnenkant van haar bovenbenen en volgde hij aandachtig het aan- en ontspannen van de spieren. Met haar tussen zijn armen geklemd activeerde hij hun deelname aan de gang van het paard, waardoor het zijn tempo verhoogde. Toen het in draf overging, sloeg hij zijn armen weer om haar middel. Hij genoot van het gewapper van haar haren om zijn hoofd, van haar licht hijgende ademhaling. Zonder stijgbeugels en zadel kon hij dit tempo echter niet volhouden. Hij verzwaarde zijn zit, zocht haar handen en trok de teugels aan. Tevreden stelde hij vast dat het werkte. Hij legde zijn handen als kommen om haar borsten en zoende haar in haar nek. Stap, stap, stap stap .

Ineens verstrakte ze.
"Wat is er?"
"Wacht even; er komt geloof ik iemand aan."
Ze had gelijk. Ik hoorde nu ook geritsel. Ik trok mijn handen onder haar kleren vandaan.
"Wat zie je?"
"Daar komt een man met twee koeien aan."
Terwijl ik deed alsof ik rustig lag te luieren, luisterde ik ingespannen de omgeving af. Geritsel, gekraak. Het kwam niet dichterbij. Na een tijdje zei ze:
"Hij is voorbij. Hier laten ze kennelijk hun koeien als honden uit."
We braken maar op. Het vrijen bewaarde ik wel totdat we weer binnen de beschermende muren van ons vakantiehuisje waren.

- - -

(Dit verhaal is gepubliceerd in Mensen-Leven, zomer 2006.)

***
terug naar de beginpagina van teksten van Loek Meijer
terug naar de beginpagina van de website