Badpraat


door Loek Meijer

1.

Chris en Ingrid waren te zeer op zichzelf om een logé te kunnen verdragen. Eén nachtje was eigenlijk al te veel. Toch hadden ze Nicole uitgenodigd een hele week te komen logeren. Hun gehechtheid aan privacy hadden ze ondergeschikt kunnen maken aan de behoefte van Nicole aan een soort thuis. Heel rampzalig was het allemaal niet, wat die behoefte had veroorzaakt, maar ze konden heel goed begrijpen dat ze een logeerpartij bij hen erg op prijs stelde. Ze was namelijk slachtoffer van één van die vele gevallen waarin door een misverstand of door overmacht je huis al te lang overhoop ligt. Een nieuwe keuken? Een nieuwe badkamer? Nou, allebei! Hans, haar echtgenoot, sloeg zich er wel doorheen; die zat per slot van rekening de hele dag op kantoor. Zij, Nicole, had als huisvrouw die afleiding niet. Voordat ze echt gek was geworden van de troep, had ze met Hans geconcludeerd dat ze er beter een paar dagen tussenuit kon knijpen. Haar oog was op hen gevallen, omdat zij net naar een streek waren verhuisd waar het goed vakantie houden is. Ze hadden het huis ongeveer op orde en hadden nog een weekje vrij.

Nicole was een nicht van Ingrid. In hun jeugd hadden ze veel met elkaar opgetrokken. Jarenlang had Chris daar nauwelijks meer van gemerkt dan dat er in de kersttijd kaarten werden gewisseld. Er moest een gouden bruiloft van een oom en tante aan te pas komen om het contact weer wat leven in te blazen: een jaarlijks koffiebezoek; zoiets. Gedurende die vier, vijf visites had Chris vooral geluisterd. De dames haalden jeugdherinneringen op en bespraken lief en leed van familieleden. Hij en Hans vervulden een figurantenrol; ze hadden geen gemeenschappelijke interesses. Ondanks deze passiviteit waartoe hij veroordeeld leek, had hij de ontmoetingen met Nicole zeker niet onplezierig gevonden. Aan het eind van het eerste bezoek hadden ze elkaar hartelijk de hand gedrukt. Later had Nicole aan Ingrid geschreven dat ze eraan had getwijfeld of ze ook hem had kunnen kussen, zoals Hans Ingrid had gedaan. Ze had zijn houding daaromtrent bij het afscheid niet goed kunnen peilen. Ingrid en Chris vermoedden dat die twijfel te maken had gehad met het feit dat Nicole en hij geen oogcontact hadden kunnen hebben. Door Ingrids antwoord aan Nicole werd bij de volgende gelegenheid ook hij in het rituele begroetingsgekus betrokken en bij het derde bezoek voelde hij er zich zo bijhoren, dat hij in een opwelling een arm om haar middel legde toen ze elkaar bij het weerzien begroetten. Hij schrok er zelf van.
Door deze vrijpostigheid werd hij terloops gewaar wat Ingrid bedoeld had toen ze in een nabeschouwing opmerkte dat Nicole wel op haar lijn mocht letten.
Haar stem behoorde niet tot één van de categorieën die bij hem een positief vooroordeel wekken, maar lelijk vond hij de klank en de tongval allerminst. Ze praatte wat veel, dat wel, maar onbenullig gebabbel wilde hij dat zeker niet noemen. Met haar spontane aard had ze hem - misschien juist omdat hijzelf daar nog geen greintje van bezat - zonder twijfel voor zich ingenomen, ware het niet dat hij haar parfum ronduit vies vond. En had hij het qua geur wel kunnen verdragen, dan was hij er op afgeknapt vanwege de kwistigheid waarmee ze ermee omsprong. Zelfs de beker koffie die ze hem aangaf, rook ernaar.

Nu de logeerpartij. De derde dag.
Ingrid had hen enigszins bezorgd alleen gelaten, bang dat ze elkaar in de weg zouden zitten omdat ze zich verplicht zouden voelen elkaar bezig te houden. Dat leidde hij althans af uit de opmerking die zij, met de hand al aan het fietsstuur, tegen hem maakte, namelijk: "Ze zal het wel begrijpen als jij je niet de hele tijd met haar kunt bemoeien. Misschien vindt ze het ook wel fijn om een beetje aan haar lot te worden overgelaten." Zelf was hij daar niet zo bang voor. De paar keer dat ze nu samen hadden afgewassen had hem de gelegenheid geboden te ontdekken dat ze zelfs omtrent het vaatwerk onderhoudend met elkaar konden converseren.

Nicole had niet de indruk gewekt het erg te vinden dat hij wat op zijn kamer ging zitten rommelen, zoals hij dat had uitgedrukt. "Ik ga wel in de tuin zitten lezen," had zij geantwoord.

2.

Na een halfuurtje klopte zij op zijn deur. Ze kwam vragen of het goed was als ze eens uitgebreid in bad ging liggen. "Ga je gang," zei hij natuurlijk; "als je er maar voor zorgt dat je niet verdrinkt."

Doordat zowel de bad- als de logeerkamer aan zijn werkkamer grensden, kon hij de fases van het in bad gaan goed volgen. Niet dat hij het daarop aanlegde; hij deed juist moeite om zijn aandacht bij zijn werk te houden. Maar concentratie is niet zijn sterkste punt. Ze vertoefde langer in de logeerkamer dan hem nodig leek. Dat zette hem aan tot speculaties. Misschien had ze moeite met het uitzoeken van de kleren die ze na het bad zou aantrekken. Hij had er trouwens geen idee van wat ze droeg. Het kon ook zijn dat ze haar haar bijeen bond, omdat zij dat droog wilde houden. Had ze eigenlijk wel lang haar?

Eindelijk kwam ze dan op sloffen langs zijn kamerdeur gelopen en sloot ze zich in de betegelde ruimte op; hij registreerde de klik van het slot. Toen ving het suizen van de waterleiding aan. Even later hoorde hij haar voeten over de badkuip schuiven, met dat typische geluid dat je er rekening mee doet houden dat de baadster tot vallens toe uitglijdt. Hij had ook dat woord baadster in gedachte. Hij herinnerde zich daardoor een mededeling over een beeld in een Haarlems park. Gevoeld had hij het nooit. Hij moest het daarom doen met wat hij zich erbij fantaseerde. Hij had twee versies. In beide versies stelde hij zich een op de waterkant zittende naakte vrouw voor, toegerust met een fonteinfunctie. Haar benen hangen in het water. In de ene versie heeft zij het bovenlijf voorover gebogen. Haar handen liggen ruggelings op haar bovenbenen. In de handpalmen spetteren straaltjes water die krachtig uit haar tepels spuiten. In de andere versie hangt zij wat achterover, de aaneengesloten handen op schouderhoogte voor zich, de palmen naar beneden gekeerd. Vanuit haar schoot spuit het water in een brede straal tegen haar handen aan, met als gevolg dat de straal in haar richting afbuigt en haar borsten rijkelijk besproeit.

Nadat Nicole de kranen had dichtgedraaid, ving hij geregeld het geluid van zich verplaatsend water op, af en toe gepaard gaand met wrijvingsgeluid, huid over geëmailleerd metaal. Deze baadster moest zijn fantasie evenzeer prikkelen. Was ze een vrouw die het prettig vindt om met haar handen centimeter voor centimeter haar lichaam af te tasten? Lag ze misschien haar borsten op de handen te wegen, genietend van het gewichtsverlies dat de opwaartse druk van het water veroorzaakte? Ze had een flinke boezem. Dat had hij onlangs gemerkt toen ze hem een arm gaf om hem langs een obstakel te helpen. Zonder dragende handen zou het tweetal als een koppeltje luie watervogels liggen te dobberen. Misschien dreven juist die gedeeltes van de borsten boven het wateroppervlak waar de tepels zich bevinden. Dan kon het niet anders, of ze maakten zich flink, in verzet tegen de koelte van het schuim. Met een vlakke rechterhand streek hij door het schuim; zijn handpalm scheerde keer op keer over de twee aantrekkelijke a's, gescheiden door spannende spaties.

Deze gedachten hadden hem niet geheel van zijn werk op de computer afgeleid. Misschien kon het daardoor gebeuren dat slechts langzaam tot hem doordrong dat zich met tamelijk regelmatige tussenpozen een geluid manifesteerde dat afweek van het scala dat hij de afgelopen minuten had opgevangen. Eenmaal de oren gespitst, herkende hij het als een signaal, bestaande uit een vijftal tikken. Van een nagel op de badkuip? Zijn hart begon te bonzen. Zijn gevoelsgesteldheid sprong ruim vijfendertig jaar terug in de tijd. Er klopte een groepsgenoot op de wand van zijn cel. Hij was altijd degene die overklom; anderen waren niet lenig genoeg of te bang. Hij werd in bed genood voor een gemeenschappelijk moment van zondig genot. Hij sloeg de dekens terug, luisterde nog eens goed, ook om vast te stellen of de kust veilig was; de surveillant moest niet net aan de wandel zijn.
De huidige situatie was echter niet te vergelijken met die van toen. Zijn hart was voor niets op hol geslagen. Het was onzinnig te denken dat het signaal dat hij hoorde hoegenaamd iets met sex te maken had. En wat hemzelf betrof: Voorzover hij over Nicole had gefantaseerd had het de speelsheid gehad van gedachten die hij wel vaker had als hij zich voorstelde wat in een bepaalde situatie zou kunnen gebeuren als hetzij hij, hetzij de ander dit of dat zou zeggen. Waarschijnlijk wilde zij slechts weten hoe laat het was, al kon hij niet verzinnen waarom dat voor haar op dit moment van belang kon zijn.

3.

Voor de badkamerdeur staande vroeg hij:
"Klopt het dat je me riep?"
"Dat heb je goed begrepen. Ik ben zo stom geweest mijn handdoek te vergeten. Zou je hem willen aangeven?"
"Natuurlijk wil ik dat. Waar kan ik hem vinden?"
"Hij hangt naast mijn bed over de stoel. Sorry hoor, ik ben ook zo'n warhoofd."
"Maakt niet uit; het had mij ook kunnen overkomen."
De logeerkamer rook pregnant naar Nicole. Hoelang zou het duren eer de kamer weer zijn eigen geur zou hebben, afgegeven door de boeken en het strijkgoed? Terwijl hij zich dit afvroeg, hoorde hij dat het slot van de badkamerdeur werd omgedraaid. In de verwachting dat Nicole druipend achter de deur zou staan, reikte hij de handdoek door een kier aan. Verkeerd gedacht.
"Sorry, ik lig alweer in bad. De vloer werd anders zo nat."
Het viel hem mee dat ze van zijn blindheid gebruik maakte. Toen hij de deur achter zich dichttrok - om te voorkomen dat te veel koele lucht met hem mee naar binnen zou komen - besefte hij dat er ook nog een badgordijn was. Ook voor een ziende zou ze dus onzichtbaar zijn geweest.
"Ik zal hem naast het bad aan de haak hangen. Ik neem tenminste aan dat je er nu nog niet uit wilt. Je ligt er nog maar net in."
"Da's goed. Ik blijf er inderdaad nog in. Het is heerlijk ontspannend."

Het water klotste.
In zijn verbeelding zag hij voor zich hoe ze zich uitrekte. Dat wil zeggen dat door zijn handen een vleug van gewaarwording voer; een herinnering aan zien, getransponeerd naar voelen. Hij ervoer een fysieke verbinding tussen zijn ogen en zijn handen. Hoe zou hij dit ooit iemand duidelijk kunnen maken?
"Ik zal me maar weer terugtrekken."
De toon waarop hij dit zei onderstreepte het feit dat hij geen voet verzette.
"Ach, je staat me niet in de weg. Maar misschien heb je wat belangrijkers te doen."
"Als ik me hier nuttig kan maken, is het andere niet van belang. Ik ben alleen niet zo goed in staan. Ik zal even een krukje pakken."
"Wat mij betreft kom je op de badrand zitten. Je kunt me toch niet zien."
Ze schrok van wat ze zei. Ze voegde er gauw aan toe:
"Ik bedoel, als je met je rug naar me toe gaat zitten."
Lachend schoof hij het gordijn opzij. Hij zei:
"Je vindt het zeker niet erg dat ik je uitlach. Dacht je nou echt dat ik er niet tegen kon als je van mijn blindheid gebruik maakte?"
"nou," begon ze aarzelend, "in dit geval is het misschien toch wel gemeen, nu ik eh ... Ja toch?"
Hij probeerde een gemakkelijke houding te vinden. Onderwijl realiseerde hij zich dat de zintuiglijke waarneming van Nicoles aanwezigheid niets onaangenaams had, nu het water en het badschuim (hun eigen badschuim) niets van haar parfum hadden overgelaten.
"Het had inderdaad pijnlijk kunnen overkomen," zei hij na een poosje. "Gelukkig echter ligt de tijd ver achter me dat ik meisjes toezong met het lied: "Ach, meisjelief, wil jij je borstjes tonen, ach, meisjelief, wil jij je borstjes tonen van je rom, bom, rommelebom; wil jij je borstjes to-ho-nen." (Hij zong dit op de wijs van "Drie schuimtamboers".)
Na zijn solo bleef het een tijdje doodstil in bad, lang genoeg om hem het gevoel te geven dat hij er niet zo slim aan had gedaan op deze manier uit de hoek te komen. Wat had hem zo lichtzinnig gemaakt? Maar voordat de stilte pijnlijk werd zei Nicole:
"Je durft wel, zeg! Maar vertel eens, welke reactie lokte dat uit?"
"Het antwoord was", en hij zong weer: "Toe, jongeman, hoe kun je dat nou vragen? Toe, jongeman, hoe kun je dat nou vragen van je rom, bom, rommelebom; hoe kun je dat nou vra-ha-gen."
Hij liet bewust een stilte vallen, benieuwd of ze verder zou aandringen.
Opnieuw was er beroering in het water. Bepaalde het gespreksonderwerp de richting waarin haar handen zich bewogen?
"Ik geloof nooit dat het daarbij bleef. Wil je het liedje niet afmaken?"
"Och, de rest kun je wel raden, denk ik. Zou jij erin trappen?"
"Ik zou wel gek zijn! Maar zeg eens, hoeveel stonken erin?"
"Ik schertste maar wat. Natuurlijk, ik was er nieuwsgierig naar hoe meisjes eruitzagen. Doordat ik ze niet kon zien, moest ik er wel over fantaseren dat ik ze mocht voelen. Zoals mijn ziende leeftijdgenoten hun ogen de kost konden geven, kon ik niet mijn handen hun gang laten gaan. Dat stemde me behoorlijk ongelukkig. Daardoor waren borsten een obsessie voor me. Het gevolg was dat ik minder gevoelig voor andere erotische aanrakingen was. De obsessie is op den duur gelukkig verdwenen. Misschien is er wel een fixatie gebleven. Haren en heupen kunnen bijzonder erotiserend voor me zijn; handen trouwens ook. Maar borsten .... Houd het er maar op dat ze de functie van pars pro toto vervullen."

Ze ging verliggen.
"Koelt het water nog niet af?"
"Het is nog heel goed uit te houden; maak je maar geen zorgen. Bovendien weet ik de warmwaterkraan te vinden. En anders jij wel."
Ze lachte. Daarna vroeg ze, wat ingehoudener van toon:
"Waren het alleen de borsten waar je zo nieuwsgierig naar was?"
Hij hoefde niet over het antwoord na te denken.
"Ja," zei hij, "in de tijd van dat liedje wel. Ik had ontegenzeggelijk voorkeuren wat haardracht en andere uiterlijkheden betrof, maar zo magnetisch als borsten zijn die aspecten nooit geweest. Het zou kunnen zijn dat het halfverborgen karakter van borsten daar debet aan was. De borsten nemen als het ware een tussenpositie in. Ik bedoel dit: de haartooi van een vrouw vervult een erotische functie. De haren worden niettemin - althans in onze cultuur - zonder terughoudendheid getoond. De vagina onttrekt zich normaliter geheel aan de waarneming. Daartussenin - ook letterlijk - bevinden zich de borsten: ze zijn bekleed, maar de vorm is duidelijk zichtbaar. Iemands haar kon ik ongestraft aanraken. Borsten waren verboden terrein. Dat verhoogde natuurlijk de aantrekkingskracht."
"Die tussenpositie geldt evenzeer voor de billen," bracht Nicole naar voren. "Waarom ben je dan geen billenknijper geworden?"
Haar spottende lach deed het water tegen het bad kabbelen.

4.

"Okee," gaf hij toe, "ik heb nog een andere theorie. Die fixatie op borsten is wellicht terug te voeren op mijn vroegste kindertijd. Mijn moeder heeft mij zo verwend met haar borsten, dat ik borsten ben gaan idealiseren."
"Hoezo, zo verwend?"
"Dat zal ik je vertellen. Door mijn oogkwaal moest ik nogal kort na mijn geboorte naar het ziekenhuis. Na een maand of twee, als ik het goed heb. In ieder geval was ik nog niet van de borst. Mijn moeder is toen zo lief geweest om met me mee naar het ziekenhuis te gaan, omdat ze me de moedermelk niet wilde onthouden. Bovendien was ze er beducht voor dat er met me geëxperimenteerd zou worden. Vaak heeft ze me verteld hoe ze de regels van het ziekenhuis overtrad door mij 's nachts, als ik huilde, even te laten lurken, zoals ze dat uitdrukte. Ze haalde me daarvoor niet uit de wieg, maar ging met haar grote borsten boven me hangen. Zie je dat zoekende mondje al voor je?"
Het bleef stil. Hij vroeg toen:
"Vind je dit een aannemelijke verklaring voor mijn fixatie?"
"Ik zou er Freud op moeten naslaan. Maar ik vind haar mooi genoeg om waar te kunnen zijn."

Hij had er behoefte aan even zijn mond te houden. Hij vroeg:
"Heb jij niet een vergelijkbare fixatie? Ik neem tenminste aan dat ook zienden niet helemaal normaal zijn."
Het grapje ontging haar, zozeer overviel hij haar met zijn vraag. Maar na een kleine stilte kwam er toch een antwoord.

"Ik vind het moeilijk om te vertellen," begon ze aarzelend. "maar na zoveel openhartigheid aan jouw kant mag ik mij daardoor toch niet laten weerhouden. Ik heb inderdaad ook een wat overdreven belangstelling voor een aspect van de andere sexe. Ik wil het je wel vertellen, maar je moet me beloven het voor je te houden."
"Afgesproken. Dat is all in the game."
"Nou, luister. Wat mij sinds mijn eerste ervaringen met jongens ontzettend fascineert is het leven in de herenpantalon."
Ze moesten allebei lachen om deze formulering. Dat tilde haar meteen over de schroomdrempel heen. Zij vervolgde:
"Nou ja, de bolling achter de gulp, dat bedoel ik dus. Altijd en overal als ik mannen ontmoet laat ik mijn blik - zonder dat zij het merken, natuurlijk - afdwalen naar hun gulp, enkel en alleen om te constateren in welke positie het geslacht verkeert. Ik kan je verzekeren dat het een heel interessante bezigheid is. Op de meest onverwachte momenten kun je het treffen dat een man een erectie heeft. Soms kun je het verklaren. Dan ontdek je dat zijn belangstelling door een aanwezige vrouw wordt gewekt; je ziet hem dan steelse blikken werpen. Andere keren moet het een reactie zijn op een herinnering of een dagdroom."
"Windt zo'n ontdekking je op?"
Zij dacht na. Toen zei ze ontwijkend:
"ach, het is een sport; of beter: een obsessieve nieuwsgierigheid. Meer kan ik er niet van maken."
"Heb je ook belangstelling voor het geslachtsorgaan zelf?"
Inwendig lachte hij zichzelf uit om zijn woordkeus.
"Nou," begon ze nadenkend, "daar let ik in een erotisch contact wel op, maar dat is toch niet hetzelfde. Bij het gulpgluren" - ze gniffelde - "gaat het om de waarneming van iets dat zich in het verborgene afspeelt; het gaat om het betrappen, overigens zonder dat ik wil dat dat betrappen kenbaar wordt, want ik wil er verder part noch deel aan hebben."
"Het is natuurlijk een vorm van voyeurisme. Ben je er weleens getuige van geweest dat anderen ... eh ... het deden?"
"Niet van heel dichtbij. Gekraak van het bed van de buren. Meer niet."
"Wond je dat op?"
"Nee, ik vind het geen prettig gehoor. Ik heb dan toch het idee dat je zoiets beter voor jezelf kunt houden. En jij?"
"In het algemeen denk ik er ook zo over, maar ik moet bekennen dat ik een situatie heb meegemaakt waarin het mij wel degelijk opwond."
"O ja?"
"Ik woonde toen in mijn eentje op een tussenverdieping in een gehorig huis. Boven me woonde een jong stel. Op een zeker moment kreeg ik door dat ze er een wat ruw vrijgedrag op na hielden. Begeleid door gepiep van het bed hoorde ik haar kreten van pijn slaken en smeken ermee op te houden. Uit zijn mond vernam ik geen kik. In stilte was hij begonnen, in stilte ging hij door. Bij het klaarkomen ontsnapten haar eveneens geluiden die mij meer aan pijn dan aan genot deden denken."
Hij pauzeerde even om zich wat preciezer te herinneren hoe haar orgasme klonk. Bij nader terugluisteren was het één kreet die langzaam wegstierf.
Hij vervolgde:
"Het vermoeden dat ze mishandeld werd riep aggressie bij me op in de richting van die sadistische man. Tegelijkertijd raakte ik er zelf opgewonden van, vervuld van fantasieën over hoe ik haar zou verwennen met tederheid. Ik schaamde me ervoor."
"Hield je er geen rekening mee dat zij een vrouw kon zijn die juist van pijn genoot?"
"Ik had daar wel over gehoord, maar toen geloofde ik nog niet dat dat echt bestond."

5.

Hij stond van de badrand op en keerde zich naar haar toe.
Er viel hem een gedachte in. Hij zei:
"In zekere zin staan we in de situatie waarin we nu verkeren quitte: hoewel jij poedelnaakt bent, ben jij voor mij niet naakter dan ik in mijn kleren voor jou ben. Toch vermoed ik dat jij je naakter voelt dan ik."
"Het is inderdaad een heel raar idee," beaamde ze. "Ik was er dwaas genoeg wel blij mee dat jij al die tijd zo ongeveer met je rug naar me toe zat. Ik moest me, toen jij je naar me toekeerde, inhouden om niet gauw mijn borsten met mijn handen te bedekken."
"Onwillekeurig heeft het toch iets pikants," zei hij. "Het maakt voor mij heus wel verschil of je naakt dan wel gekleed in mijn buurt bent. Je zou het misschien fictief voyeurisme kunnen noemen. Zoals ik nu voor je sta, kan ik me inbeelden dat ik naar je sta te kijken. Ik kan er zelfs van staan te genieten dat ik jou slechts uitzicht bied op mijn kleren, terwijl ik jou de sensatie geef dat jouw naaktheid voor mij bloot ligt. Het zou me maar weinig inspanning kosten om me jouw in schuim en water gehuld lichaam zo tastbaar voor de geest te halen, dat ik jou de kans zou bieden een object aan je verzameling toe te voegen. Wat ik kan, kun jij echter ook. Voor jouw fantasie zijn mijn kleren even loochenbaar als mijn blindheid voor de mijne. Mij gaat het misschien gemakkelijker af, omdat ik er vaker op aangewezen ben. Moet ik dat nu als een voordeel beschouwen?"

Vanuit de badkuip kwam slechts het geluid van bewegend water. Om de conversatie naar een luchtiger niveau te tillen vroeg hij maar weer of het water nog warm genoeg was.
"Nou, om eerlijk te zijn: ik begin kippenvel te krijgen. Denk je dat je in staat bent mij met tederheid af te drogen?"


Nijkerk, augustus 1998 - december 2001
***
terug naar de beginpagina van teksten van Loek Meijer
terug naar de beginpagina van de website